USB won van Firewire

 

Hoe USB uiteindelijk won van FireWire

 

Goedkoop en 'goed genoeg' wint het meestal van 'beter'.

We kijken even kort naar de komst van USB in de jaren 90.

 

Waarom werd dit d standaard in plaats van de interface FireWire die dezelfde pluspunten moest bieden, maar dan met hogere capaciteit?

http://static.computerworld.nl/thumbnails/cropped/35x35/2/2/22f43bea3608aef7803d29796bddc2ea.png

Henk-Jan Buist

 

FireWire is de naam die Apple gaf aan een interfacestandaard die erop was gericht om snel data door te voeren.

 

Firewire 400 1394 ▲

 

De computerfabrikant presenteerde het ontwerp aan het IEEE die het standaardiseerde als IEEE 1394.

Daardoor werd dezelfde serile verbindingstechniek in de tweede helft van de jaren negentig verder bekend onder namen als mLAN (Yamaha), iLink (Sony) en DV (menig camcorder).

 

Robuuste aansluiting

Dankzij de officile standaardisering kon de techniek als standaard worden gebruikt door iedere fabrikant, zo schrijft een van de uitvinders van de technologie, technicus Michael Johas Teener.

Apple licentieerde de naam 'FireWire' gratis aan fabrikanten als ze tenminste een handelsmerk-overeenkomst afsloten.

 

1394A & 1394B

 

Daarom zag je de naam FireWire veel in de jaren rondom de millenniumwisseling - ook op PC's.

Het mechanische ontwerp van FireWire was veel robuuster dan de serile voorganger SCSI.

 

SCSI aansluiting ▲

 

Daarbij sloot je kabels aan op pinnen en als er dan iets niet goed ging met het koppelen, had je in het ergste geval een kapotte connector op je apparaat.

 

Bij FireWire werd het kwetsbaarste stuk verplaatst naar de kabel zelf, zodat alle beweegbare en fragiele delen in de connector van de kabel zaten, en niet in de socket.

 

Ng een standaard erbij

Dat was ook het idee van de Universal Serial Bus: geen fragiele pinnetjes of beweegbare onderdelen meer in de aansluiting, maar een robuuste connector.

Weg met tickets die worden veroorzaakt door lompe gebruikers of haastige IT'ers: met een USB-plug hoefde je minder voorzichtig de kabel op een poort aan te sluiten.

 

USB 3.0 ▼ (blauw) USB 2.0 ▼

 

Er waren voor die tijd zoveel verschillende aansluitingen en interfaces met fragiele onderdelen dat Intel-ontwerper Ajay Bhatt iets wilde ontwerpen wat universeel bruikbaar zou zijn.

In plaats van het resultaat van het klassieke XKCD-stripje (nu is er ng een standaard) ging hij bij het ontwerp daarom uit van iets goedkoops, simpels en stevigs, zodat fabrikanten en consumenten het ook daadwerkelijk zouden wllen gebruiken.

 

Huiverig voor universeel

Gebruikers tot en met de jaren 90 werden opgezadeld met verschillende kabels voor verschillende apparaten.

Parallelle kabel voor de printer of scanner, serile kabel voor de muis, of de nieuwere PS/2 voor toetsenborden - zou het niet fijn zijn als er n type aansluiting was voor al die apparaten?

Bij Intel kreeg Bhatt niet zo gemakkelijk mensen overtuigd, omdat ze vonden dat elke aansluiting voldeed aan heel specifieke eisen en met een universele aanpak zou je technisch inferieure verbindingen leveren.

 

Hierna: Waarom duurde het zo lang tot we eindelijk een USB-connector kregen zonder boven- of onderkant?

 

Voor de meeste technici stond simplisme voor een 'dumbing down' en dus inferioriteit.

Het team dat bij Intel aan de slag ging met een ultracompatibele aansluiting had geen ambitieuze doelen om de wereld te veranderen, deels uit een stukje pragmatisme.

Het zou namelijk een hele kluif worden om mensen ervan te overtuigen kabels te vervangen, dus de strategie was om een USB-optie te leveren naast wat de PC nog meer bood aan COM-poorten, parallelle poorten, DIN of PS/2, FireWire of wat er nog meer aan mogelijkheden bestond.

 

Kosten laag houden

Er stond het USB-team twee uitdagingen te wachten.

De eerste was het drukken van de kosten.

Een universele aansluiting was allemaal mooi en aardig, maar als het betekent dat je PC daarmee een stuk duurder is, kun je wel naar brede adoptie fluiten.

Een van de keuzes die werd gemaakt voor het laag houden van complexiteit en kosten resulteerde in de plug die niet omkeerbaar was: de USB-A aansluiting.

 

USB-A ▼

 

USB-C: universele USB ▼

 

De USB-standaard beschrijft technische specificaties als de maximale doorvoersnelheid en oplaadcapaciteit.

Dat zijn specificaties als 1.x, 2.0 of 3.x. Daarnaast heb je de connector op de PC, de kenmerkende Type A-poort.

Type B sloeg op de andere kant op het apparaat.

 

USB-B ▼

 

Op printers had je bijvoorbeeld vaak een vierkante aansluiting, of een mini-USB (ook weer in A of B), of micro-USB die overging op een Type A-aansluiting aan de kant die je in de PC-kast stak.

 

Type C moet een einde maken aan al dat onderscheid en het is de bedoeling om USB-C te gebruiken of het nu gaat om een digitale camera, printer, smartphone, of wat dan ook.

Type C is gestandaardiseerd op USB 3.1 of hoger.

 

USB-pluggen, voordat USB-C langskwam, hadden een boven- en een onderkant.

Het was de ontwerpers niet ontgaan dat het stukken gemakkelijker zou zijn om de aansluiting zo te bouwen dat het niet uitmaakte hoe je hem inplugde.

Maar dat betekende meer interne bedrading en complexere prints, en dat zou een lastiger en duurder productieproces tot gevolg hebben, zo legde Intels Bhatt onlangs uit in dit artikel bij DesignNews.

 

Brede USB-ondersteuning

De tweede uitdaging was het ecosysteem. Je kon namelijk de hardware goedkoop aanbieden, maar als vervolgens fabrikanten vrolijk door blijven werken met andere kabels, zitten gebruikers met een loze poort te kijken.

En dat was nog lastiger dan het klinkt.

Voor USB langskwam met generieke drivers en controller, hadden apparaten eigen drivers nodig om met applicaties te kunnen "praten".

Het team bij Intel moest fabrikanten zover krijgen om over te stappen op een systeem waarbij apparatuur niet meer direct praatte met programma's.

In het nieuwe ontwerp zorgde de USB-controller voor een stuurprogramma dat zou moeten werken voor een klasse apparatuur, bijvoorbeeld een generieke printer-driver.

 

Op de laatste pagina meer over de nagel in de kist: Apple's eigen Steve Jobs verklaart FireWire pass.

 

Er was nu een aansluiting die je kon gebruiken voor vrijwel lle randapparatuur en er was brede ondersteuning in de sector. FireWire deed toen ook nog mee en had de voorkeur bij veel technici en vooral in de video-industrie vanwege veel grotere doorvoersnelheid.

Maar er was n item dat de aansluiting populariseerde en dat was het externe geheugenstation met een flash-chip, in het Nederlands veelzeggend ook wel USB-stick genoemd.

 

Praktisch

Dat flashdrives op USB werden gestandaardiseerd in plaats van FireWire heeft waarschijnlijk niet zozeer een technische reden, maar praktische.

Vrijwel elk moederbord kreeg door de positie van Intel een USB-controller mee en daarmee hadden de overgrote meerderheid van PC's USB-poorten, terwijl niet iedere bak een IEEE 1394-variant als iLink of FireWire had.

 

Daarnaast waren de productiekosten lager (IEEE 1394 kostte een kwartje per aansluitoptie; USB was gratis voor aangesloten fabrikanten) en was het voor makers eigenlijk een no-brainer om te kiezen voor USB.

Wat maalt de gemiddelde consument nu om doorvoersnelheid vergeleken met gebruiksgemak en brede compatibiliteit?

 

De USB-poort verhuisde voor gebruiksgemak zelfs naar het frontje van de meeste behuizingen, zodat je de sticks kon gebruiken zonder zo'n verlengkabel achterin te pluggen om de USB-optie op je bureau te kunnen leggen.

 

USB Front montage ▲

 

Aanvankelijk verschenen er veel PC's met zowel USB (1.x en 2.0) als FireWire.

FireWire had zeker nog bestaansrecht, maar werd qua populariteit ingehaald door USB.

Nog een minpuntje voor FireWire was dat versie 800 niet achterwaarts compatibel was met 400, terwijl USB 2.0 dat wel was met 1.x.

 

Naar Thunderbolt

En specifiek voor dataoverdracht van opslagmedia was er eSATA.

Die verbindingsoptie wordt vooral gebruikt bij bedrijven die USB-poorten van eindgebruikers standaard uitschakelen, wat beveiligingstechnisch gezien een verstandige zet is.

 

Met eSATA kunnen werknemers ook als USB is geblokkeerd wl externe schijven gebruiken.

 

In 2008 schrapte Apple FireWire in een serie MacBooks en dat leidde toen nog tot ophef onder fans, omdat ze zich genoodzaakt zagen om USB 2.0 te gebruiken.

Intel kondigde in 2009 aan samen met Apple Light Peak te ontwikkelen, wat later bekend werd onder de naam Thunderbolt als een nieuwe opvolger van alles van SCSI tot FireWire.

 

In 2011 verschenen de eerste apparaten met Thunderbolt.

 

Thunderbold

 

Die gooiden hoge ogen van de enorme doorvoersnelheid:10 Gbps tegenover de 5 Gbps van het twee jaar eerder verschenen USB 3.0.

Er verschenen nog apparaten met de derde grote iteratie van FireWire (1600/3200) maar daarna was het zo goed als gedaan met de standaard en stapten fabrikanten en gebruikers over op alternatieven.

 

Firewire 1600 & 3200 ▲

 

Bron:

http://computerworld.nl/markttrends/102378-hoe-USB-uiteindelijk-won-van-firewire/pagina-1

 

vrijdag 8 december 2017